Johan Creten | 'C'est dans ma nature'

Tentoonstelling, Beeldhouwkunst

C’est dans ma nature bestaat uit zeven verticale en drie horizontale panelen met baksteenpatroon van variabele afmetingen en in blijkbaar willekeurige volgorde. Over de panelen verspreiden zich keramische figuratieve tabletten, 61 in totaal. Elk van de tien panelen bevat slechts een handvol van deze gesculpteerde ‘tegels’. We staan met andere woorden voor een patchwork eerder dan een fries . De bas-reliëfs van geëmailleerd steengoed zijn zonder uitzondering klein van formaat. Hier, tegen de achtergrond van imitatie baksteen (fausses briquettes), ontspint zich het narratief. Lees meer

Bij een eerste aanblik oogt C’est dans ma nature stug: stijf, bokkig, koppig, dwars, weerspannig en weerbarstig. Het verspreidt een grimmige en duistere energie.
Massief en compact overrompelt het de kijker. Waar gaat dit over?

In zijn motieven gaat Johan Creten uitdrukkelijk elke abstractie uit de weg. We staan afwisselend oog in oog met een bonte verzameling van dieren (insecten) en menselijke figuren, deze laatsten in kleine groepjes of solitair, actief en in beweging, nergens verstard. Tussen dieren en mensen lijkt geen hiërarchie te spelen.
De bas-reliëfs zijn overwegend in de hoogte uitgewerkt en hun opbouw is sculpturaal, al gebruikt Creten tot vijf keer toe de intaglio-techniek . De kleurvoering is somber, van gipsachtig wit en zanderig beige over terracotta-rood tot donkerbruin en zelfs zwart. Enkel een handvol reliëfs in Sèvres-blauw schitteren in het licht.

Op drie kwart van de gesculpteerde bas-reliëfs krioelen bijen, wespen, vliegen en andere vliesvleugeligen, mieren, dagvlinders, libellen, mantissen, motten, pissebedden, sprinkhanen, loopkevers, teken, torren en vliegende herten. Een onbestemd viezebeest heeft Azteekse trekken. Een schorpioen laat wellustig zijn vette vormen zien. Necrofage insecten vreten een dode sprinkhaan aan. Een mier wordt gesausd met een jas van blauw email. Zijn de pissebedden eventueel imprints van gestolen larven?
Het ziet er over het algemeen niet goed uit in de tuin van het natuurlijke leven: C’est dans ma nature is beslist geen Alice in Wonderland. De dieren staan erbij alsof de kop van een hamer hen een slag heeft toegediend. Ze lijken veroordeeld tot regressie en verval. Bijen liggen er zieltogend bij, platgedrukt of in onnatuurlijke posities, verkleefd onder een dikke brij.

C’est dans ma nature verspreidt niet de zoete geur van honing. Van de alveolaire structuur van de honingraat rest slechts een flard. Dit is geen bijenparlement, wel een slagveld: een omgekeerde Genesis, een woest bestiarium, een hecatombe. “Het sneeuwt, wij zijn gestorven, wij dwarrelen naar beneden. Het sneeuwt, wij zijn gestorven, het sneeuwt tusschen de korven .” (Martinus Nijhoff)

Een minderheid aan bas-reliëfs beeldt menselijke figuren uit – anonieme gestalten, solitair of in paar, soms met zijn drieën en tot wel zeven in hun soort. Nergens een herkenbaar gezicht. In de schare valt één vrouw op, wegrennend uit een onbestemd onheilsoord. Van alle taferelen gaat een grote stilte uit.
Nu eens lijkt een stel in lava weg te zinken, dan weer strijkt een figuur strelend zijn partner over het hoofd. In een barok uitgewerkt bas-reliëf verdwijnt, als een engel in een wolk, het hoofd van een van de drie personages in het paneel.
Twee individuen slaan spoorslags op de vlucht terwijl ze elkaar ondersteunen; een verslagene hurkt tegen de grond. Naakt en nietig, met zijn zachte huid van klei ondergaat ook deze schim zijn lot. Van één silhouet ontbreekt zowel het hoofd als de voet. Een andere gedaante verschijnt geboeid ten tonele. Duwen daar twee figuren een derde gestalte van een rotsblok af – het slachtoffer lijkt warempel nog een kind? Vindt verderop werkelijk ook nog een wurging plaats?
Er is zoveel te zien. We weten niet waar eerst te kijken. De fellatio – inclusief de voyeur? De drie figuren die elkaar de hand reiken? De groep van zeven met open handpalmen, drommend rond een centrale persoon? Zij die knielen, opstaan, zweven, vallen? Zij die gevoelloos over een ander heen lopen, zij die vertrappelen – als in een Heizel-drama in miniatuur?

In zijn ornamentiek van verwrongen mensen- en dierenleven herinnert C’est dans ma nature aan de apocalyptische voorstellingen van elfde-eeuwse beeldhouwers op Romaanse timpanen en kapitelen. Het lexicon van Johan Creten roept herinneringen op aan de schimmen van Dante Alighieri in zijn Divina Commedia (Inferno) (1472), aan Auguste Rodins dolende zielen op de Porte de l’Enfer (1888), aan de vluchtelingen in Les Emigrants (1855-1856) van Honoré Daumier. Zijn monumentale kunstwerk is een archief van conflictueuze beelden – snippers van figuratie, flarden van oud- en nieuwtestamentische verhalen, tropen die mythes en epen evoceren.

C’est dans ma nature is een allegorie van een slagzij makende wereld. Het werk verbeeldt de pourriture noble van ontwrichte dierlijke en menselijke samenlevingen. De 61 expressieve, bijna naturalistische bas-reliëfs functioneren als metaforen en tonen de achterkant van wat eens een Eden was: de maatschappelijk perfecte organisatie van levensgemeenschappen.
[Barbara De Coninck]

Bron: UiTinVlaanderen.be

Toon kaart galerie Transit
Zandpoortvest 10
2800 Mechelen
Van 29 augustus 2021 tot 17 oktober 2021 (vr van 14:00 tot 18:00, za van 14:00 tot 18:00, zo van 14:00 tot 18:00)
Galerie Transit
0478 811 441
0475 477 478